• delen:

24 Februari 2016, 10:30 uur

Zaansch Veem 2 1957-1967
Van Laika tot Phil Bloom

Rijksmuseum, Auditorium, Amsterdam

In oktober 1957 brandde het Zaansch Veem (1+2) af. Een maand later schoten de Russen een hond de ruimte in. Laika overleefde de reis niet. Stress, nog geen modewoord, was mede de doodsoorzaak. De bom hield ons in zijn ban. Zelfbediening werd de trend. Open het Dorp vat de eerste tien jaar van mijn televisiebeleving bij de buren samen. En dan komt de verandering van de samenleving eerst goed op gang, voor het eerst loopt ons land voorop: Provo betekent verbeelding aan de macht. Phil Bloom is nakend. Thema's Di - 23 Feb 2016 - Zaansch Veem 1 Wo - 24 Feb 2016 - Zaansch Veem 2 Do - 25 Feb 2016 - Open het Dorp Vr - 26 Feb 2016 - Provo



Zaansch Veem 2

Gast: Geert Mak

De realisatie in het verkeerde kamp te zitten, een bewustzijn dat moet leiden tot een een metamorfose, overkwam mij eind jaren zestig toen ik met mijn collectebusje door Zaandam fietste om geld op te halen voor de nieuw te bouwen Paaskerk. Al moet ik er meteen bijzeggen dat het proces zich zeer langzaam voltrok en dat het bewustzijn meer een constatering achteraf is dan een op dat moment sterk ervaren sensatie.

Ik was, al bleef ik dan voortdurend zitten, een braaf meegaand ventje, dat niets liever dan de lieveling van zijn ouders was. Ik begon ook vrij laat te masturberen. Ik weet niet of dat er iets mee te maken heeft en het is zeker op dit tijdstip een vrij onsmakelijk detail maar ik ben van mening dat ik geen kans mag laten lopen om mijn betoog te nuanceren. Wat nog rijmt ook.

Wat gebeurde er allemaal?

Ik kwam te bungelen. De volwassenen waren niet meer in mij geïnteresseerd, voor de meisje was het nog te vroeg en vrienden had ik niet. Mijn beste vriend van de lagere school ging naar de zesde toen ook naar de zevende ging om mij met enige bevoorrechten op de middelbare school te gaan prepareren. Er groeide een steeds groter verlangen om mij te manifesteren op een toneel en de onzekerheid over hoe ik dat moest realiseren.

En toen kwam Karel Appel opeens voorbij met al zijn woeste, ongepolijste pathos.

Zijn woorden: ‘Ik rotsooi maar wat an’, zouden een credo worden waar ik me wel bij voelde.