• delen:

10 Februari 2016, 10:30 uur

Moeder 1944-1956
Van D-Day tot de Hongaarse Opstand

Rijksmuseum, Auditorium, Amsterdam

De eerste twaalf jaar van mijn leven mocht ik kind zijn in een beschermde omgeving. Het verhaal van mijn vader en mijn moeder schetst daar de achtergrond van. De boze gebeurtenis van buitenaf die een beginnend bewustzijn veroorzaakte was De Ramp in 1953. 31 december 1956 mocht ik naar Wim Kan luisteren en zag mijn vader lachen. Waarom? Want zo leuk leek het allemaal niet wat er gebeurde. Thema's: Di - 09 Feb 2016 - Vader Wo - 10 Feb 2016 - Moeder Do - 11 Feb 2016 - De Ramp Vr - 12 Feb 2016 - Oudejaarsconference Wim Kan 1956



Moeder

Gast: Cisca Dresselhuys

Mijn moeder, Harmanna Martha Furda (geboren december 1915) was een dochter van Frederik Jan Georg Furda, naar wie ik vernoemd ben, en Martha Reneman.

Gegoede Groninger burgers woonachtig aan de Hooge der Aa. Mijn grootvader behoorde tot de oprichters van de Christelijke vakbond voor Handelsreizigers en kwam later voor de CHU in de gemeenteraad van de stad en bracht het zelfs tot Wethouder van Onderwijs. Samen met zijn broers had hij een confectiefabriek gesticht die eind jaren zestig te loor ging. Mijn grootmoeder was een telg uit de Reneman-dynastie, meubelmakers voor de elite.

Mijn moeder verliet op haar 26ste de ouderlijke woning en trok onmiddellijk de pastorie in met mijn vader die in Westernieland beroepen was.
Over hoe het haar verging gaat mijn 2de college op 10 februari 2016 uit de serie ‘Mijn Koude Oorlog’.